De ondernemer-stagiaire
STAGEREGLEMENT VAN HET ARRONDISSEMENT MAASTRICHT
De Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Maastricht gezien artikel 26 van de Advocatenwet alsmede de Stageverordening en gelet op de vernieuwde beroepsopleiding voor stagiaires en de wens te komen tot harmonisatie van de plaatselijke opleidingseisen, heeft in zijn vergadering van 20 september 2002 besloten om vast te stellen en met ingang van diezelfde datum van kracht te doen zijn het navolgende reglement betreffende de stage en het patronaat.
ALGEMEEN
Artikel 1.
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. De binnenstagiaire:
De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10 Stageverordening 1988 en hetzij in loondienst is van (het kantoor van ) zijn patroon hetzij deel uitmaakt van het organisatorisch verband waarin zijn patroon de praktijk uitoefent en die tevens op hetzelfde adres werkzaam is.
b. De buitenstagiaire:
De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10
Stageverordening 1988 en anders dan ten kantore van zijn patroon de praktijk uitoefent.
c. De ondernemer-stagiaire:
De hiervoor sub a en b genoemde advocaat die de praktijk voor eigen rekening en risico uitoefent.
d. De mentor:
Een door de Raad van Toezicht uit zijn midden benoemd lid dat met de stagiaire het verloop van de stage en van de opleiding bespreekt.
Artikel 2.
Dit reglement geldt ten aanzien van stagiaires werkzaam binnen het kantoor van de
patroon, terwijl voor stagiaires werkzaam buiten het kantoor van de patroon de
bepalingen van dit reglement enkel gelden voor zover geen afwijkende bepalingen
van het “buitenpatronaatreglement “ vastgesteld op 20 september 2002 dat van dit reglement deel uitmaakt van toepassing zijn.
Artikel 3.
3.1 De advocaat die met het patronaat wenst te worden belast dient daarvoor goedkeuring
te krijgen van de Raad van Toezicht.
3.2 De Raad van Toezicht kan aan de goedkeuring van een patronaat nadere voorwaarden
verbinden.
3.3 Goedkeuring aan een patronaat kan worden onthouden onder meer als de beoogde
patroon naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet
en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrag- en/of tuchtrecht heeft
gehandeld of handelt, dat er naar het oordeel van de Raad onvoldoende waarborgen zijn
voor een goede invulling/uitoefening van het patronaat.
3.4 De Raad kan goedkeuring van het patronaat intrekken ingeval de patroon naar het
oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop
gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrag- en/of tuchtrecht heeft gehandeld of
handelt, dat er naar het oordeel van de Raad onvoldoende waarborgen zijn voor een
goede verdere invulling/uitoefening van het patronaat.
3.5 Een patroon kan met goedkeuring van de Raad patroon worden over ten hoogste twee
stagiaires, van wie maximaal een buitenstagiaire.
Een patroon kan slechts patroon van een tweede stagiaire worden indien zijn/haar eerste
stagiaire meer dan een jaar onafgebroken als advocaat werkzaam is.
3.6 De aspirant stagiaire zal voorafgaand dan wel gelijktijdig met de indiening van het
beëdigingrekest aan de Deken ter goedkeuring overhandigen:
- indien de stagiaire in loondienst gaat werken: afschrift van de arbeidsovereenkomst;
- indien de stagiaire in een kantoorcombinatie gaat werken: afschrift van de
samenwerkingsovereenkomst;
- indien de stagiaire in maatschapsverband gaat werken: afschrift van de
maatschapsovereenkomst.
Ingeval van tussentijdse wijziging van een overeenkomst als bedoeld in dit artikel dient
de voorgenomen wijziging van de overeenkomst vooraf ter goedkeuring aan de Deken te
worden overgelegd.
3.7 De stagiaire zal de praktijk uitoefenen als volledige dagtaak in een ten minste 40-urige
werkweek.
3.8 De stagiaire die op de voet van het bepaalde in artikel 9b tweede lid van de
Advocatenwet in deeltijd werkzaam wenst te zijn dient van het voornemen daartoe
kennis te geven aan de Raad. Met toepassing van artikel 8 lid 2 van de Stageverordening
stelt de Raad van Toezicht het minimum aantal uren per week dat de stagiaire praktijk
uitoefent vast op 20 uren binnen de reguliere kantoortijd. De stageduur zal naar
evenredigheid worden verlengd.
OPLEIDING
Artikel 4
4.1 De stagiaire is verplicht de door de Orde van Advocaten verplicht gestelde
beroepsopleiding voor stagiaires te volgen. De stagiaire is verplicht zich zo spoedig
mogelijk na diens beëdiging in te schrijven voor de eerst mogelijke cursus van de
hiervoor bedoelde beroepsopleiding.
4.2 De stagiaire is verplicht lid te worden van de Vereniging Jonge Balie in het
arrondissement Maastricht. De patroon bevordert dat de stagiaire zoveel mogelijk aan de
activiteiten daarvan deelneemt
4.3 Naast de door de Algemene Raad verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, inhoudende
het met goed gevolg afleggen van de beroepsopleiding en het volgen van 4 VSO
cursussen, verplicht de Raad van Toezicht de stagiaire 34 opleidingspunten te behalen.
De stagiaire dient:
a. minimaal 12 opleidingspunten te behalen door het bijwonen van het jaarlijks door
de Verenigingen Jonge Balie Maastricht en Roermond te organiseren Jonge Balie
congres (elk 4 punten). In bijzondere gevallen kan, na voorafgaande goedkeuring van
de Raad van Toezicht, een congres worden vervangen door een PAO-cursus, danwel
een door de Raad van Toezicht erkende cursus, mits de stagiaire een bewijsstuk
overlegt waaruit blijkt dat de stagiaire de cursus heeft gevolgd. Voor deze
vervangende cursus geldt dat 60 minuten onderwijs één punt oplevert.
b. 4 opleidingspunten te behalen als pleiter door deel te nemen aan de door de Jonge
Balie georganiseerde pleitwedstrijden, tenzij inmiddels in een ander arrondissement
aan deze dan wel aan een naar het oordeel van de Raad aldaar vergelijkbare verplichting is voldaan.
c. 18 punten te behalen door:
- het minimaal 4 keer per jaar bijwonen van de door de Jonge Balie georganiseerde
lezingen (1 punt per lezing);
- het minimaal 2 keer per jaar bijwonen van de door de Jonge Balie georganiseerde
pleitwedstrijden (1 punt per pleitwedstrijd)
- deel te nemen aan activiteiten waarvan door de Raad van Toezicht is bepaald dat
deze worden aangemerkt als opleidingsmaatregelen voor stagiaires en waaraan
door de Raad van Toezicht voor deelname opleidingspunten zijn toegekend,
waarbij door de Raad van Toezicht kan worden bepaald dat deze punten in de
plaats komen van de met lezingen en/of pleitwedstrijden als bedoeld onder punt a.
en b. te behalen punten.
Het bestuur van de Jonge Balie noteert de aanwezigheid van stagiaires bij de door haar georganiseerde opleidingen en verstrekt aan de Raad van Toezicht een verklaring waaruit blijkt hoeveel opleidingspunten de stagiaire daarmee heeft behaald.
4.4 De patroon stelt de stagiaire in de gelegenheid zonder compensatie met vrije dagen en/of
zonder verlies van inkomsten van de stagiaire bovenomschreven opleidingen te volgen,
de voorbereidende werkzaamheden te verrichten en de examens c.q. toetsen af te leggen.
4.5 Voor de aanvang van de stage maken patroon en stagiaire afspraken omtrent de
voldoening van de kosten verband houdende met de verplicht gestelde
opleidingsmaatregelen. Voorzover deze afspraken afwijken van de richtlijnen
“arbeidsvoorwaarden stagiaires” dienen deze schriftelijk te worden vastgelegd.
4.6 De stagiaire die vrijstelling wenst van een of meer door de Raad van Toezicht verplicht
gestelde opleidingsmaatregelen dient daartoe tijdig een schriftelijk en gemotiveerd
verzoek in te dienen bij de Raad van Toezicht.
BEGELEIDING
Artikel 5
5.1 De patroon geeft aan zijn stagiaire leiding, voorlichting en raad met betrekking tot zijn
gehele praktijkvoering, zowel ten aanzien van de behandeling, de voortgang en de
diversiteit van zaken, als ook ten aanzien van zijn introductie bij en zijn optreden jegens
de rechterlijke macht, confrères en cliënten.
5.2 De patroon verschaft de stagiaire zo ruim mogelijk inzicht in de verschillende aspecten
van de praktijkvoering alsmede in de wijze van de kantoororganisatie, de wijze van
inrichting van de administratie en boekhouding en tevens in de financiële afwikkeling der
zaken, waaronder het opstellen van declaraties.
5.3 De stagiaire is verplicht de door de patroon te geven begeleiding loyaal te aanvaarden.
5.4 De patroon en de stagiaire dienen voor het onderling overleg zoveel tijd als nodig is
beschikbaar te hebben en daarvoor bereikbaar te zijn.
5.6 De patroon controleert en bespreekt in ieder geval gedurende de eerste zes maanden van
de stage in principe dagelijks alle inkomende en uitgaande post alsmede de door de
stagiaire opgestelde processtukken.
5.7 De patroon bespreekt gedurende het verdere eerste stagejaar minimaal twee maal per
week de zaken van de stagiaire en houdt toezicht op de voortgang daarvan. Gedurende
het tweede stage jaar vinden deze besprekingen minimaal eenmaal per week plaats en
verder zo dikwijls als door de patroon en/of de stagiaire nodig wordt geacht.
5.8 De patroon bevordert dat de stagiaire ten minste twee comparities en pleidooien van de patroon c.q. een kantoorgenoot heeft bijgewoond alvorens als advocaat te pleiten.
5.9 De patroon zal gedurende het eerste stagejaar ten minste twee maal een pleidooi en een
comparitie in foro van de stagiaire bijwonen en de betreffende behandeling kort daarna
met de stagiaire bespreken en indien nodig suggesties ter verbetering doen.
5.10 De stagiaire wordt regelmatig betrokken in een zaak die de patroon in behandeling heeft,
hetgeen onder meer inhoudt:
- het houden van een voorbespreking met de stagiaire waarbij de patroon hem zijn
mening geeft over de zaak en de aanpak van de zaak;
- het laten bijwonen van gesprekken met cliënten en, zo mogelijk, met de wederpartij;
- het laten opstellen door de stagiaire van conceptbrieven en -processtukken, welke
vervolgens door de patroon met de stagiaire worden besproken;
- het laten bijwonen van de behandeling van een zaak, in het bijzonder van
pleidooien/mondelinge behandelingen;
- het bespreken van de afloop van de zaak met de stagiaire.
EVALUATIE
Artikel 6
6.1 Eenmaal per jaar brengt de patroon schriftelijk verslag uit aan de Raad van Toezicht over
het verloop van de stage, welk verslag tevoren door de patroon met de stagiaire wordt
besproken.
De patroon maakt daarvoor gebruik van het door de Raad van Toezicht aan hem/haar
toegezonden formulier.
6.2 De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een mentor. De mentor zal in het eerste
stagejaar twee gesprekken en in het tweede stagejaar één gesprek met de stagiaire
hebben over het verloop van de stage en van de opleiding
VERLENGING EN EINDE VAN DE STAGE
Artikel 7
7.1 Na drie jaar, dan wel na het verstrijken van de verlengde stage-periode als bedoeld in
artikel 2.8, kan de stagiaire een verzoek aan de Raad van Toezicht richten tot het
verkrijgen van een stageverklaring. De Raad van Toezicht beslist eerst op een verzoek
tot afgifte van de stageverklaring na ontvangst van het verslag als bedoeld in artikel 6.1.
7.2 Aan de stagiaire die naar het oordeel van de Raad van Toezicht onvoldoende heeft
deelgenomen aan de voor hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, alsmede de
stagiaire die anderszins niet aan de vereisten gesteld in de Stageverordening en in het
Stagereglement heeft voldaan dan wel over onvoldoende praktijkervaring beschikt zal de
stageverklaring worden onthouden.
In dat geval bepaalt de Raad van Toezicht, gehoord de stagiaire en de patroon, binnen
welke termijn en op welke wijze de stagiaire alsnog de voorwaarden dient te vervullen
teneinde de stageverklaring te verkrijgen.
7.3 De patroon zal bij voorkeur aan het einde van het tweede stagejaar, doch uiterlijk 6
maanden voor het einde van de stage-periode met de stagiaire overleg voeren of voor de
stagiaire de mogelijkheid bestaat om na afloop van de stage aan het kantoor van de
patroon verbonden te blijven en zo ja, onder welke voorwaarden.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 8
8.1 Dit reglement treedt in werking op 20 september 2002.
8.2 In alle gevallen betreffende de stage of het patronaat waarin door de Stageverordening
en/of dit reglement niet wordt voorzien, beslist de Raad.
8.3 De Raad van Toezicht is bevoegd zowel om nadere voorwaarden te stellen als om af te
wijken van de bepalingen van dit reglement, indien zich zeer bijzondere omstandigheden
voordoen die daartoe aanleiding geven.
8.4 Het onderhavige reglement geldt voor die stagiaires die deelnemen aan de vernieuwde
beroepsopleiding welke voor het eerst wordt gegeven in maart 2003.
Op stagiaires die deelnemen/ deel hebben genomen aan de beroepsopleiding vóór
maart 2003 blijft het stagereglement van 30 oktober 1998, gewijzigd 19 oktober 2001,
van toepassing.
8.5 Dit stagereglement maakt onderdeel uit van de rechtsverhouding tussen patroon en
stagiaire en dient gehecht te worden aan de overeenkomst gesloten tussen patroon en
stagiaire.
Maastricht, 20 september 2002
De Deken De Secretaris
De Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Maastricht gezien artikel 26 van de Advocatenwet alsmede de Stageverordening en gelet op de vernieuwde beroepsopleiding voor stagiaires en de wens te komen tot harmonisatie van de plaatselijke opleidingseisen, heeft in zijn vergadering van 20 september 2002 besloten om vast te stellen en met ingang van diezelfde datum van kracht te doen zijn het navolgende reglement betreffende de stage en het patronaat.
ALGEMEEN
Artikel 1.
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. De binnenstagiaire:
De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10 Stageverordening 1988 en hetzij in loondienst is van (het kantoor van ) zijn patroon hetzij deel uitmaakt van het organisatorisch verband waarin zijn patroon de praktijk uitoefent en die tevens op hetzelfde adres werkzaam is.
b. De buitenstagiaire:
De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10
Stageverordening 1988 en anders dan ten kantore van zijn patroon de praktijk uitoefent.
c. De ondernemer-stagiaire:
De hiervoor sub a en b genoemde advocaat die de praktijk voor eigen rekening en risico uitoefent.
d. De mentor:
Een door de Raad van Toezicht uit zijn midden benoemd lid dat met de stagiaire het verloop van de stage en van de opleiding bespreekt.
Artikel 2.
Dit reglement geldt ten aanzien van stagiaires werkzaam binnen het kantoor van de
patroon, terwijl voor stagiaires werkzaam buiten het kantoor van de patroon de
bepalingen van dit reglement enkel gelden voor zover geen afwijkende bepalingen
van het “buitenpatronaatreglement “ vastgesteld op 20 september 2002 dat van dit reglement deel uitmaakt van toepassing zijn.
Artikel 3.
3.1 De advocaat die met het patronaat wenst te worden belast dient daarvoor goedkeuring
te krijgen van de Raad van Toezicht.
3.2 De Raad van Toezicht kan aan de goedkeuring van een patronaat nadere voorwaarden
verbinden.
3.3 Goedkeuring aan een patronaat kan worden onthouden onder meer als de beoogde
patroon naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet
en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrag- en/of tuchtrecht heeft
gehandeld of handelt, dat er naar het oordeel van de Raad onvoldoende waarborgen zijn
voor een goede invulling/uitoefening van het patronaat.
3.4 De Raad kan goedkeuring van het patronaat intrekken ingeval de patroon naar het
oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop
gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrag- en/of tuchtrecht heeft gehandeld of
handelt, dat er naar het oordeel van de Raad onvoldoende waarborgen zijn voor een
goede verdere invulling/uitoefening van het patronaat.
3.5 Een patroon kan met goedkeuring van de Raad patroon worden over ten hoogste twee
stagiaires, van wie maximaal een buitenstagiaire.
Een patroon kan slechts patroon van een tweede stagiaire worden indien zijn/haar eerste
stagiaire meer dan een jaar onafgebroken als advocaat werkzaam is.
3.6 De aspirant stagiaire zal voorafgaand dan wel gelijktijdig met de indiening van het
beëdigingrekest aan de Deken ter goedkeuring overhandigen:
- indien de stagiaire in loondienst gaat werken: afschrift van de arbeidsovereenkomst;
- indien de stagiaire in een kantoorcombinatie gaat werken: afschrift van de
samenwerkingsovereenkomst;
- indien de stagiaire in maatschapsverband gaat werken: afschrift van de
maatschapsovereenkomst.
Ingeval van tussentijdse wijziging van een overeenkomst als bedoeld in dit artikel dient
de voorgenomen wijziging van de overeenkomst vooraf ter goedkeuring aan de Deken te
worden overgelegd.
3.7 De stagiaire zal de praktijk uitoefenen als volledige dagtaak in een ten minste 40-urige
werkweek.
3.8 De stagiaire die op de voet van het bepaalde in artikel 9b tweede lid van de
Advocatenwet in deeltijd werkzaam wenst te zijn dient van het voornemen daartoe
kennis te geven aan de Raad. Met toepassing van artikel 8 lid 2 van de Stageverordening
stelt de Raad van Toezicht het minimum aantal uren per week dat de stagiaire praktijk
uitoefent vast op 20 uren binnen de reguliere kantoortijd. De stageduur zal naar
evenredigheid worden verlengd.
OPLEIDING
Artikel 4
4.1 De stagiaire is verplicht de door de Orde van Advocaten verplicht gestelde
beroepsopleiding voor stagiaires te volgen. De stagiaire is verplicht zich zo spoedig
mogelijk na diens beëdiging in te schrijven voor de eerst mogelijke cursus van de
hiervoor bedoelde beroepsopleiding.
4.2 De stagiaire is verplicht lid te worden van de Vereniging Jonge Balie in het
arrondissement Maastricht. De patroon bevordert dat de stagiaire zoveel mogelijk aan de
activiteiten daarvan deelneemt
4.3 Naast de door de Algemene Raad verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, inhoudende
het met goed gevolg afleggen van de beroepsopleiding en het volgen van 4 VSO
cursussen, verplicht de Raad van Toezicht de stagiaire 34 opleidingspunten te behalen.
De stagiaire dient:
a. minimaal 12 opleidingspunten te behalen door het bijwonen van het jaarlijks door
de Verenigingen Jonge Balie Maastricht en Roermond te organiseren Jonge Balie
congres (elk 4 punten). In bijzondere gevallen kan, na voorafgaande goedkeuring van
de Raad van Toezicht, een congres worden vervangen door een PAO-cursus, danwel
een door de Raad van Toezicht erkende cursus, mits de stagiaire een bewijsstuk
overlegt waaruit blijkt dat de stagiaire de cursus heeft gevolgd. Voor deze
vervangende cursus geldt dat 60 minuten onderwijs één punt oplevert.
b. 4 opleidingspunten te behalen als pleiter door deel te nemen aan de door de Jonge
Balie georganiseerde pleitwedstrijden, tenzij inmiddels in een ander arrondissement
aan deze dan wel aan een naar het oordeel van de Raad aldaar vergelijkbare verplichting is voldaan.
c. 18 punten te behalen door:
- het minimaal 4 keer per jaar bijwonen van de door de Jonge Balie georganiseerde
lezingen (1 punt per lezing);
- het minimaal 2 keer per jaar bijwonen van de door de Jonge Balie georganiseerde
pleitwedstrijden (1 punt per pleitwedstrijd)
- deel te nemen aan activiteiten waarvan door de Raad van Toezicht is bepaald dat
deze worden aangemerkt als opleidingsmaatregelen voor stagiaires en waaraan
door de Raad van Toezicht voor deelname opleidingspunten zijn toegekend,
waarbij door de Raad van Toezicht kan worden bepaald dat deze punten in de
plaats komen van de met lezingen en/of pleitwedstrijden als bedoeld onder punt a.
en b. te behalen punten.
Het bestuur van de Jonge Balie noteert de aanwezigheid van stagiaires bij de door haar georganiseerde opleidingen en verstrekt aan de Raad van Toezicht een verklaring waaruit blijkt hoeveel opleidingspunten de stagiaire daarmee heeft behaald.
4.4 De patroon stelt de stagiaire in de gelegenheid zonder compensatie met vrije dagen en/of
zonder verlies van inkomsten van de stagiaire bovenomschreven opleidingen te volgen,
de voorbereidende werkzaamheden te verrichten en de examens c.q. toetsen af te leggen.
4.5 Voor de aanvang van de stage maken patroon en stagiaire afspraken omtrent de
voldoening van de kosten verband houdende met de verplicht gestelde
opleidingsmaatregelen. Voorzover deze afspraken afwijken van de richtlijnen
“arbeidsvoorwaarden stagiaires” dienen deze schriftelijk te worden vastgelegd.
4.6 De stagiaire die vrijstelling wenst van een of meer door de Raad van Toezicht verplicht
gestelde opleidingsmaatregelen dient daartoe tijdig een schriftelijk en gemotiveerd
verzoek in te dienen bij de Raad van Toezicht.
BEGELEIDING
Artikel 5
5.1 De patroon geeft aan zijn stagiaire leiding, voorlichting en raad met betrekking tot zijn
gehele praktijkvoering, zowel ten aanzien van de behandeling, de voortgang en de
diversiteit van zaken, als ook ten aanzien van zijn introductie bij en zijn optreden jegens
de rechterlijke macht, confrères en cliënten.
5.2 De patroon verschaft de stagiaire zo ruim mogelijk inzicht in de verschillende aspecten
van de praktijkvoering alsmede in de wijze van de kantoororganisatie, de wijze van
inrichting van de administratie en boekhouding en tevens in de financiële afwikkeling der
zaken, waaronder het opstellen van declaraties.
5.3 De stagiaire is verplicht de door de patroon te geven begeleiding loyaal te aanvaarden.
5.4 De patroon en de stagiaire dienen voor het onderling overleg zoveel tijd als nodig is
beschikbaar te hebben en daarvoor bereikbaar te zijn.
5.6 De patroon controleert en bespreekt in ieder geval gedurende de eerste zes maanden van
de stage in principe dagelijks alle inkomende en uitgaande post alsmede de door de
stagiaire opgestelde processtukken.
5.7 De patroon bespreekt gedurende het verdere eerste stagejaar minimaal twee maal per
week de zaken van de stagiaire en houdt toezicht op de voortgang daarvan. Gedurende
het tweede stage jaar vinden deze besprekingen minimaal eenmaal per week plaats en
verder zo dikwijls als door de patroon en/of de stagiaire nodig wordt geacht.
5.8 De patroon bevordert dat de stagiaire ten minste twee comparities en pleidooien van de patroon c.q. een kantoorgenoot heeft bijgewoond alvorens als advocaat te pleiten.
5.9 De patroon zal gedurende het eerste stagejaar ten minste twee maal een pleidooi en een
comparitie in foro van de stagiaire bijwonen en de betreffende behandeling kort daarna
met de stagiaire bespreken en indien nodig suggesties ter verbetering doen.
5.10 De stagiaire wordt regelmatig betrokken in een zaak die de patroon in behandeling heeft,
hetgeen onder meer inhoudt:
- het houden van een voorbespreking met de stagiaire waarbij de patroon hem zijn
mening geeft over de zaak en de aanpak van de zaak;
- het laten bijwonen van gesprekken met cliënten en, zo mogelijk, met de wederpartij;
- het laten opstellen door de stagiaire van conceptbrieven en -processtukken, welke
vervolgens door de patroon met de stagiaire worden besproken;
- het laten bijwonen van de behandeling van een zaak, in het bijzonder van
pleidooien/mondelinge behandelingen;
- het bespreken van de afloop van de zaak met de stagiaire.
EVALUATIE
Artikel 6
6.1 Eenmaal per jaar brengt de patroon schriftelijk verslag uit aan de Raad van Toezicht over
het verloop van de stage, welk verslag tevoren door de patroon met de stagiaire wordt
besproken.
De patroon maakt daarvoor gebruik van het door de Raad van Toezicht aan hem/haar
toegezonden formulier.
6.2 De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een mentor. De mentor zal in het eerste
stagejaar twee gesprekken en in het tweede stagejaar één gesprek met de stagiaire
hebben over het verloop van de stage en van de opleiding
VERLENGING EN EINDE VAN DE STAGE
Artikel 7
7.1 Na drie jaar, dan wel na het verstrijken van de verlengde stage-periode als bedoeld in
artikel 2.8, kan de stagiaire een verzoek aan de Raad van Toezicht richten tot het
verkrijgen van een stageverklaring. De Raad van Toezicht beslist eerst op een verzoek
tot afgifte van de stageverklaring na ontvangst van het verslag als bedoeld in artikel 6.1.
7.2 Aan de stagiaire die naar het oordeel van de Raad van Toezicht onvoldoende heeft
deelgenomen aan de voor hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, alsmede de
stagiaire die anderszins niet aan de vereisten gesteld in de Stageverordening en in het
Stagereglement heeft voldaan dan wel over onvoldoende praktijkervaring beschikt zal de
stageverklaring worden onthouden.
In dat geval bepaalt de Raad van Toezicht, gehoord de stagiaire en de patroon, binnen
welke termijn en op welke wijze de stagiaire alsnog de voorwaarden dient te vervullen
teneinde de stageverklaring te verkrijgen.
7.3 De patroon zal bij voorkeur aan het einde van het tweede stagejaar, doch uiterlijk 6
maanden voor het einde van de stage-periode met de stagiaire overleg voeren of voor de
stagiaire de mogelijkheid bestaat om na afloop van de stage aan het kantoor van de
patroon verbonden te blijven en zo ja, onder welke voorwaarden.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 8
8.1 Dit reglement treedt in werking op 20 september 2002.
8.2 In alle gevallen betreffende de stage of het patronaat waarin door de Stageverordening
en/of dit reglement niet wordt voorzien, beslist de Raad.
8.3 De Raad van Toezicht is bevoegd zowel om nadere voorwaarden te stellen als om af te
wijken van de bepalingen van dit reglement, indien zich zeer bijzondere omstandigheden
voordoen die daartoe aanleiding geven.
8.4 Het onderhavige reglement geldt voor die stagiaires die deelnemen aan de vernieuwde
beroepsopleiding welke voor het eerst wordt gegeven in maart 2003.
Op stagiaires die deelnemen/ deel hebben genomen aan de beroepsopleiding vóór
maart 2003 blijft het stagereglement van 30 oktober 1998, gewijzigd 19 oktober 2001,
van toepassing.
8.5 Dit stagereglement maakt onderdeel uit van de rechtsverhouding tussen patroon en
stagiaire en dient gehecht te worden aan de overeenkomst gesloten tussen patroon en
stagiaire.
Maastricht, 20 september 2002
De Deken De Secretaris

0 Comments:
Post a Comment
<< Home